Krijgen de slachtoffers van Ghislenghien esthetische schade vergoed?

Slachtoffers van een arbeidsongeval hebben recht op een vergoeding van de arbeidsongevallenverzekeraar zonder dat zij moeten bewijzen dat iemand aansprakelijk is. De meeste mensen die bij de gasramp in Ghislenghien brandwonden opliepen, behoren tot die categorie.

De arbeidsongevallenverzekeraar vergoedt meer bepaald de kosten van de medische behandeling als gevolg van het ongeval en de arbeidsongeschiktheid die uit de letsels voortvloeit.

In verband met de behandelingskosten moeten de verzekeraars volgens de wet de prestaties in de Riziv-nomenclatuur vergoeden volgens de schalen van de ziekte- en invaliditeitsverzekering, remgeld inbegrepen. Wanneer prestaties die niet in die lijst voorkomen medisch noodzakelijk zijn, vergoedt de arbeidsongevallenverzekering die prestaties bij analogie en voor zover de kostprijs ervan redelijk is. Er dient vooraf met de verzekeraar contact te worden opgenomen om te weten of en in welke mate hij de behandeling vergoedt. In die geest kunnen de verzekeraars de kosten vergoeden van een kuur waarvan de efficiëntie door hun adviserende arts erkend wordt bijvoorbeeld. Aangezien er geen bepaling is die plastische chirurgie uitsluit, maakt dergelijke chirurgie deel uit van de behandelingen als gevolg van het ongeval dat de verzekeraar voor zijn rekening moet nemen, ook wanneer men spreekt van “esthetische” chirurgie.

Voor de vergoeding van de arbeidsongeschiktheid houdt de arbeidsongevallenverzekeraar rekening met de gevolgen die de letsels hebben voor de bekwaamheid van het slachtoffer om zijn beroep uit te oefenen. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de littekens een handicap vormen voor de uitoefening van het beroep (onthaal- of representatiefunctie bijvoorbeeld), maar voor andere beroepen zal het esthetische aspect minder zwaar doorwegen binnen de tussenkomst van de arbeidsongevallenverzekering.

Wanneer echter kan worden bepaald wie voor de schade aansprakelijk is, kan het slachtoffer van de aansprakelijke(n) de kosten van de gevolgen voor zijn privé-leven terugvorderen, onder meer esthetische schade. Het burgerlijk recht houdt immers rekening met die aantasting van de lichamelijke integriteit, meer bepaald volgens de leeftijd en de privé activiteiten van het slachtoffer, en ook met de morele schade die daaruit voortvloeit.