- Nieuws
- Wie zijn wij
- E-Tools
- Ondernemingen
- Particulieren
- Schade
Aansprakelijkheid van bestuurders en bedrijfsleiders in de verzekering
Door een steeds complexer wordende wetgeving neemt de aansprakelijkheid van bestuurders en edrijfsleiders alsmaar toe. Sommigen zijn zelfs van oordeel dat bestuurders een zeer riskante functie uitoefenen! Een verzekering 'B.A.-Bestuurder' is dus absoluut noodzakelijk. Deze verzekeringsovereenkomst verdient dan ook bijzondere aandacht. Want de B.A.-Bestuurdersverzekering vermeldt ook 'excepties', die het de verzekeraar mogelijk maken zijn dekking te weigeren. Deze uitsluitingen moeten echter steeds op duidelijke, uitdrukkelijke en beperkende wijze omschreven worden.
Aangezien de bestuurder of bedrijfsleider persoonlijk aansprakelijk is, staat zijn eigen patrimonium op het spel staat als hij een fout pleegt. Het Wetboek van vennootschappen (wet van 7-5-1999 met talrijke wijzigingen) krioelt van de verplichtingen voor bestuurders en bedrijfsleiders naar gelang de opgerichte vennootschap.
De wet van 20.7.2006 heeft hun persoonlijke aansprakelijkheid nog uitgebreid tot fiscale overtredingen (sociale bijdragen, bedrijfsvoorheffing, enz.) als gevolg van een zware fout of bestuursfout. Naast hun strafrechtelijke aansprakelijkheid (wet van 4-5-1999) steunt hun (persoonlijke) burgerlijke aansprakelijkheid op volgende rechtsgronden:
- eenvoudige beleidsfouten binnen de vennootschap.
Bijvoorbeeld: afwezig zijn op de algemene vergadering,
schulden onvoldoende opvolgen of schuldenaars onvoldoende aanklagen, overeenkomsten afsluiten met een niet-geregistreerde aannemer, het dagelijkse bestuur niet controleren of taken delegeren aan een incompetent iemand, een subsidie waarop de vennootschap recht heeft niet aanvragen, enz.;
- aquiliaanse aansprakelijkheid (buitencontractueel) van artikelen 1382 en volgende van het Burgerlijk wetboek.
Bijvoorbeeld: een duidelijk verlieslatende activiteit blijven uitoefenen, misbruik van verheidsmiddelen
enz.;
- overtreding van het Wetboek van vennootschappen of statuten.
Bijvoorbeeld: het niet neerleggen van de jaarrekeningen, niet-naleving van de alarmbel procedure, niet-naleving van de regels betreffende belangengeschillen, fout bij omzetting van de vennootschap (art.785), fout bij voorbereiding en totstandkoming van de fusie of splitsing van de vennootschap (art.687), fout die heeft bijgedragen tot het faillissement van de vennootschap, enz.
Dezelfde juridische grondslagen zijn eveneens van toepassing op een vereniging zonder winstoogmerk (VZW) die op wettelijk vlak trouwens strikt gereglementeerd is, vooral qua boekhouding.
Sinds de jaren '80, worden steeds meer processen ingespannen tegen bestuurders. Een nieuw soort geding steekt trouwens de kop op: we denken onder meer
aan vorderingen van proactieve aandeelhouders (bvb. hedge funds), institutionele investeerders (bvb. pensioenfondsen), nationale regeringen, nationale instellingen en gemeenschappen.
Wij sprokkelden enkele recente gerechtelijke beslissingen gesteund op de hierboven aangehaalde juridische grondslagen:
- de afgevaardigde bestuurder van een N.V. wordt op basis van zijn autoriteit en bevoegdheid beschouwd als strafrechtelijk aansprakelijk voor de vennootschap. In principe is bijgevolg hij, en alleen hij, aansprakelijk als hij niet alle mogelijke maatregelen treft om strafbare feiten te verhinderen. De afgevaardigde bestuurder kan zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid alleen vermijden als hij bewijst dat de fout werd begaan door een andere persoon in dienst van de vennootschap gelast met de sociale wetgeving (Arbeidshof Antwerpen 8.6.2001, J.T.T.2002, P.96);
- de zaakvoerder van een vennootschap is buitencontractueel aansprakelijk ten opzichte van een medecontractant wanneer hij, namens de vennootschap, verbintenissen aangaat die zijn vennootschap nooit
zal kunnen naleven (Burgerl. Antwerpen 13.1.1998, RW.1999-2000, P·988);
- volgens de bij het opstellen van de rekeningen noodzakelijke voorzichtigheidsregel, moeten lasten geboekt worden van zodra zij waarschijnlijk of zelfs mogelijk worden. Daarom moeten risico's en lasten geprovisioneerd worden van zodra het risico op een veroordeling tot betaling redelijkerwijs niet kan worden uitgesloten. Deze verplichting niet naleven zou een fout zijn. De wetten op de boekhouding en in het bijzonder het voorzichtigheidsprincipe maken het bedrijfsleiders onmogelijk bepaalde lasten niet te boeken. In geval van geschil, moeten zij eventuele verliezen immers provisioneren (Beroep Brussel 21.11.2002, J.L.M.B.2003, p.1271);
- beleidsfouten (ontoereikend minimum kapitaal, niet neerleggen van jaarrekeningen en niet aangeven van belastingen, ware het na de wettelijk bepaalde datum) stellen de bedrijfsleider aansprakelijk tijdens de periode waarin hij daadwerkelijk de functie van zaakvoerder uitoefende (los van de datum waarop de verandering van zaakvoerder in het Belgische Staatsblad werd gepubliceerd). De aansprakelijkheidsvordering
verjaart na 5 jaar volgens art.198 van het Wetboek van vennootschappen (Burgerl. Luik, 12.6.2003, R.D.C.2005, P.423);
- de bestuurders die op het ogenblik van hun herroeping wisten of moesten weten dat de vennootschap systematisch belangrijke fiscale schulden maakte, zodanig dat deze bedragen definitief verloren waren en het faillissement onvermijdelijk werd, moeten de fiscus schadeloosstellen. Indien het faillissement tijdig was aangegeven, zou bij de vereffening de schuld ten aanzien van de fiscus immers kleiner geweest zijn (Handel Dendermonde 25.10.2004 vermeld in J.L.M.B. 2006, p.85);
- zonder speciaal verslag, is de beslissing van de vergadering nietig; zij wordt dus geacht nooit bijeengeroepen te zijn geweest; als gevolg hiervan is de zaakvoerder vermoedelijk aansprakelijk voor de schade aan derden (Beroep Brussel 22.12.2005, RD.C.2006, p.846);
- de rechter zal slechts rekening houden met een grove en onbetwistbare fout, zoals vermeld in art.265 van het Wetboek van vennootschappen (ontoereikend activa dat de vennootschap tot het faillissement heeft geleid). Het ontbreken van elke boekhouding sinds de oprichting die de vennootschap blootstelt aan fiscale sancties, is een grove fout en staat in oorzakelijk verband met het faillissement (Beroep Luik 30.4.2007, RD.C.2008, PJ35);
- de oprichters van een N.V., die blijk gaven van lichtzinnigheid en onzorgvuldigheid in het samenstellen van het kapitaal en het finaneieel plan, worden aansprakelijk gesteld (Beroep Luik 10.9.2007, J.L.M.B.2009, P·295);
- bedrijfsleiders worden aansprakelijk gesteld omdat zij een duidelijk verlieslatende activiteit blijven uitoefenen met het faillissement tot gevolg; een voorzichtig en behoedzaam bestuurder kan immers niet
voorbijgaan aan de voor schuldeisers nefaste gevolgen van het voortzetten van en het volharden in een activiteit zonder enige hoop op herstel (Beroep Brussel 15·11.2007, J.L.M.B.2oo9, PJ05)·

